Donselaritis Gravis Gravis
Jaap van Donselaar is auteur van "Fout na de oorlog, fascistishe en racisitische organisaties in Nederland. 1950-1990", waarin hij van politici uit de centrumstroming (CP,CD) uitgebreide persoonsbeschrijvingen geeft, zonder overigens ooit de betrokken personen zelf te hebben ondervraagd. Zelf heb ik eens Van Donselaar opgezocht op de universiteit en bezwaar gemaakt tegen deze handelswijze en de indeling van de mensheid in 'goede' en slechte' mensen à la de Jong, de destijds naar London gevluchte joodse historicus, later aangesteld als officiëel geschiedschrijver van de gebeurtenissen in Nederland gedurende de oorlogsjaren. "Ja, dat is mijn mening niet, dat is de mening van de Nederlandse pers", sputterde Donselaar mij toen tegen. Inderdaad, zijn proefschrift stoelt slechts op klakkeloos voor waar aangenomen, niet verder geverifiëerde krantenartikelen. De gevolgen van de pennevruchten van deze broodschrijver zijn voor meerdere personen en organisaties waaronder ondergetekende fataal gebleken: Een eeuwigdurend op schrift gesteld 'Berufsverbot' om als leraar te functioneren, een totale onmogelijkheid om bij de overheid, semi-overheid, grote bedrijven of zelfs ook maar bij de dierenbescherming aan de slag te kunnen gaan. Zijn kornuit Rodrigues is de sturende voorzitter van de door de Leidsche ad-hoc-hoogleraar, de zionist Ed van Thijn (tevens voormalig burgemeester van Amsterdam en oud-minister van Binnenlandse Zaken) ingestelde Commissie voor de Gelijke Behandeling, wier oordeel als doorslaggevend geldt bij de rechterlijke macht inzake discriminatiezaken. Op een door mij op 28 oktober 1994 bijgewoonde studiedag van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten bleek bij zijn bespreking van de Algemene Wet Gelijke Behandeling een verbreding van de gronden voor discriminatie, die - in vergelijking met de bepalingen van de VN-Conventie ter Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie, en de interpretatie door dier gelijknamige commissie, alsmede die van het Europese Hof van de Mensenrechten - doet denken aan het misbruik van de term 'anti-revolutionair' uit het sovjet-strafrecht: Onder een dergelijk elastisch caoutchoucartikel valt alles wat de overheid niet bevalt. Beperken wij ons thans tot de bespreking van voornoemde 'monitor'. Aanleiding is dat het blad 'Heemland' erin wordt besproken. Het is hiermede dus "van besproken gedrag'' en daar zal het de heren wel om te doen zijn. Het zal in veiligheidskringen wel worden beschouwd als de spreekbuis van een nieuwe door de BVD/AIVD uitgevonden mensensoort: 'Burgerlijk Extreem-Rechts' . (BVD-jaarverslag 2001). Donselaar geeft het blad maar alvast een zelfverzonnen titel: 'Nationalistisch Tijdschrift Heemland', de cursivering is van Van Donselaar. De hoofdredacteur heet te zijn M. Giessen. Is de abusievelijke dubbel 'ss' een teken van des onderzoekers gemakzucht ? De hoofdredacteur wordt het etiket opgeplakt van 'veteraan in het Nederlandse rechts-extremisme van de jaren tachtig en negentig' wat ook zou gelden voor enkele anderen 'die we op de site aantreffen'. Nou, dat is dan al een verbetering, want in zijn voornoemde boek deed Van Donselaar verbeten pogingen om de centrumstroming racisme en zelfs fascisme te verwijten. De reden van deze verzachting met terugwerkende kracht is gelegen in het feit, dat in 2002 het fortuynisme opgeld deed. Eerdere pogingen om ook Fortuyn voormelde kwalificaties aan te plakken stuitten op de massale electorale aanhang. En ja, dan moet een broodschrijver om, dat doen de heren dan ook. Maar om de tour-de-force niet al te heet op te dienen, schrijven zij dat sommige uitspraken van Fortuyn waarschijnlijk voor strafvervolging in aanmerking zouden zijn gekomen, maar dat kon nu niet worden vastgesteld doordat hij vroegtijdig werd vermoord. Van Donselaar schrijft dan ook, dat Heemland de carrière van Fortuyn met belangstelling en instemming heeft gevolgd. Dit getuigt overigens van een zeer oppervlakkige kennisneming van de relevante Heemland-artikelen. Maar, kijk nou eens, Donselaar merkt iets voor hem heel verrassends op: een nuancering bij Fortuyn's koude oorlog tegen de islam: "Fortuyn's uitspraken over de cultuur van de islam als geheel zijn naar onze mening wel wat al te generaliserend en ridiculiserend geweest ." Ja, daar heeft Donselaar niet van terug, het past niet in het plaatje van een rechts-extreem schreeuwpamflet. Je hoort hem verstomd staan, en hij vervolgt dan ook zonder commentaar: Heemland heeft het verlies van paars met vreugde begroet en schreef naar aanleiding van de dood van Fortuyn, dat de redactie in rouw gedompeld laat weten Fortuyn te hebben gekend als "iemand die ronduit voor zijn standpunten uitkwam en voorvechter was van het vrije woord." "We kunnen deze moord niet anders zien dan als het voorlopige sluitstuk van een jarenlange haatcampagne door de gevestigde politiek, vooral gepraktiseerd door zogenaamde politiek-correcte lieden van linkse huize, tegen de opvattingen van nationaalgezinde 'oorspronkelijke' Nederlanders" (Heemland, 6 mei 2002). Deze passage is dus overduidelijk juist gericht tegen lieden zoals Van Donselaar. Wat doet hij daar nu mee in zijn monitor ? Hoe verhoudt zich deze klacht met de kenmerken van fascisme zoals de demonisering en de sterke behoefte aan zondebokken (zie het boekje "Oud en Nieuw Fascisme", Anne Frank Stichting) ? Jaap van Donselaar moet nu dus op zoek naar onderscheid tussen enerzijds Fortuyn die behoudens enige vervolgbare uitspraken toch over het algemeen aan de 'goede' kant van na de oorlog staat en het verderfelijke, in zijn eerdere publicaties vermaledijde gedachtengoed van de centrumstroming: fout na de oorlog. Belangrijkste onderscheid dat Van Donselaar vindt, is dat Fortuyn zich zeer welwillend opstelde tegenover Israël. De Anne Frank Stichting, het CIDI (Centrum voor Informatie en Documentatie Israël), ze kijken allemaal over de schouder van Van Donselaar mee, want ze zitten samen met de Landelijke Vereniging van Anti-Discriminatie Bureau's (de denkpolitie LVADB), Meldpunt Discriminatie Internet, Kafka, Universiteit Leiden, KNVB en AFS met elkaar verbonden in het Landelijk Expertise Centrum Discriminatiezaken van het Openbaar Ministerie (LECD). Ja, en dat levert dus de BVD/AIVD-rapportage aan.. Ook vond Fortuyn weliswaar dat geen islamiet er meer in mocht: hij was tegen de massale secundaire gezinshereniging. Maar anderzijds mocht van hem niemand die hier legaal is, worden teruggestuurd. 'Het zijn onze rotjongetjes'. 58% van de Fortuyn-aanhang was het met hem eens, dat Janmaat 'op een aantal punten gelijk had'. Laten we dus even kijken wat die CD-standpunten waren in de door mij geredigeerde nota 'Centrumdemocratisch Beleid ter Bescherming van het Nederlands Staatsburgerschap' uit 1985. Met de punten 1) restrictief toelatingsbeleid tot tijdelijke vestiging, 2) staatsburgerschap voor geässimileerden met langdurige vestiging, 3) assimilatiebeleid voor alloculturele staatsburgers (inburgeringscursussen !), 5) uitwetting en persona-non-grata-verklaring van criminele vreemdelingen (niet-Nederlandse paspoorthouders) is thans iedereen gelukkig. Bij punt 4), remigratiebeleid voor leden van alloculturele groepen, ligt wel een verschil met Fortuyn. Hij wilde er niet meer van weten en dacht via een deltaplan voor de minderheden op kapitalistische wijze hun economische ontplooiing te kunnen garanderen. De remigratieprojecten die nog in voornoemde nota staan uitgewerkt, behelsten overigens geen gedwongen terugkeer, maar eraan lag wel een sterk faciliterende voorstel van gedeeltelijke compensatie van reeds betaalde premies en van directe uitbetaling van sociale rechten van migratiearbeiders ten grondslag bij blijvende hervestiging in het herkomstland, in eerste schets uitgedacht door drs. M. Giesen, thans hoofdredacteur van Heemland. Hij haalt wel Friedrich Nietzsche aan: "Alle Begriffe, in denen sich ein ganzes Prozesz semiotisch zusammenfaszt, entziehen sich der Definition; definierbar ist nur das, was keine Geschichte hat". Maar Van Donselaar trekt zich vervolgens doodleuk niets aan van deze chique definitie bij zijn nadere definiëring van 'rechts-extremisme': Het etiket 'fout na de oorlog' is een aanduiding van tijdsverloop en impliceert een procesgang. Als je procesbenoemingen zoals communisme, fascisme, kapitalisme niet in een definitie kunt vatten, omdat ontstaansgronden, functies, voornemens en resultaten onderscheiden uitgangspunten van een definitie zijn, dan moet je ook geen eeuwigdurende eigenschap aan een proces toekennen, zoals 'fout na de oorlog', dus tot sintjuttemis. Misschien wordt wat nu extreem lijkt, later wel als adequate reactie op een achteraf ongewenste ontwikkeling gezien. Van Donselaar's argument van zijn 'sociale genealogie', de opvolging van hetzelfde gedachtengoed in steeds weer andere partijorganisaties vervalt daarmee. Dan is er ook nog de tegenvaller, dat de BVD/AIVD in zijn jaarverslagen schrijft, dat ér geen regie of planning van misdrijven met een racistisch motief vanuit extreem-rechtse organisaties is waargenomen'. (BVD-jaarrapport 2002). Ja, dan moet Van Donselaar dus wat uitwijken naar vagere onderscheidingen, wat gaan sputteren over backstage- en frontstage-tactieken en - nog minder overtuigend - uitwijden over een magneetfunctie en personele kruisbestuiving. In een land waar nog niet 1 % van de mensen lid is van een politieke partij, kan men toch niemand verwijten dat mensen uit andere 'verwante groepen worden aangezogen', zou dat bij voorbeeld bij de socialisten en groenlinksers dan ook niet zo zijn ? Janmaat en Heemland hebben zich nooit eenzijdig uitgelaten over het Israël-Palestina-conflict. Maar hier moet wel gesteld worden, dat de Monitor niet objectief te werk gaat. Voormeld conflict heeft natuurlijk zijn uitwerking op immigratieland Nederland. Door de sterke vertegenwoordiging van CIDI van de LECD in vermeldt de Monitor joden en joodse instellingen nooit als Urheber van geweld of uitlokking tot geweld door ondersteuning van bij voorbeeld het fascistoïde Sharon-regiem, maar alleen als slachtoffer, sc. van geweldplegingen door moslimjongeren. Het is zowat de eerste keer dat de Monitor gewag maakt van inter-allochtoon geweld, ook tussen Antillianen en andere allochtonen, hetgeen de Anne Frank Stichting altijd heeft verdoezeld. Alleen de blanke Europeaan kon discrimineren. Ook nu wordt de wereld ingedeeld in goeierds en slechteriken. Marokkanen worden aan de dancing geweigerd en dus gediscrimineerd. Verzwegen wordt, dat zij alleen Europese vrouwen lastig vallen maar hun zusjes thuis laten, of ze behoofddoekt de straat op laten gaan onder hun 'bescherming': Wie dan nog naar ze kijkt, wordt afgetuigd. Die hoofddoek moet dus nu door Europeanen geaccepteerd worden, weigering is een discriminatiegrond. Dat hebben de beide Amsterdamse bestuurders van joodse origine, burgemeester Cohen en wethouder Oudkerk weer handig gedaan door een paar meisjes een gezichtsluier te laten dragen en die dan als extreem religieus kenteken te verbieden, in tegenstelling tot de hoofddoek. Maar wie een hoofddoek draagt, zegt daarmee ook dat iedere man een potentiële aanrander is en zorgt voor een onpersoonlijk straatbeeld. Al in mijn genoemde nota van 1985 betwijfel ik of de Anne Frank-stichting als joods-verbonden organisatie in het geïslamiseerde Nederland nog wel kan functioneren als objectieve monitor, quod non. Toen Joke Kniesmeyer, medewerkster van de AFS de 'autonomen' vanuit de Brabanthallen met kettingen en fosforbommen naar de landelijke CP-vergadering te Boekel stuurde in 1984, toen werd duidelijk, dat de AFS in staat was tot methoden die zij in hun propaganda verweten aan hun slachtoffers. Van Donselaar c.s. verzwijgt stelselmatig deze vorm van intimidatie en geweld. Dezelfde Anne Frank Stichting kwam in 1984 uit met een boekje "25 vooroordelen tegen buitenlanders". Ik heb er toen een reactie "25 oordelen over buitenlanders" op geschreven. Zij schreven toen, dat maar 1 % van de bevolking buitenlander was. Thans is welhaast meer dan de helft van de grootstedelijke bevolking allochtoon en daarvan is het grootste deel moslim. Met het Nietzsche-citaat in het hoofd gaat het niet aan om mensen die met een voor die tijd zeer vooruitziende blik de grootstedelijke multiculturele problematiek hebben voorzien en hebben willen voorkomen, 25 jaar lang te oormerken met een onfris etiket, waarvan men zelf de betekenis niet kan definiëren ! Tenslotte wil ik een persoonlijke noot aanbrengen. De schrijvers van Heemland worden als extreem-rechts en derhalve als xenophoob geëtiketteerd. Ik vind dit absurd. Ik heb frans, duits, engels, grieks en zelfs chinees geleerd, ik heb een aziaat helpen naturaliseren. Maar als je zoals ik niet alle vreemde culturen waarderen kan - na 17 jaar leven onder moslims uit Turkije en Marokko ben ik van hen zeker niet gecharmeerd geraakt -, dan wordt je maar even als xenophobe figuur weggezet. Over generalisaties en vooroordelen gesproken ! Drs A. Vierling, 6 maart 2003 |