U BENT TOE AAN EEN DICTATOR

zwarteleider.jpgOp tv wordt alles herhaald, herhaald, herhaald. Bij 925 draaien ze een tropenrooster en terwijl u zich nog eens omdraait op de playa bijt ik in m'n Apple. Iemand moet de wereld redden. Met een vlammend betoog voor de opiniepagina van NRC Handelsblad. Over waarom discussies in dit land altijd over de duppies gaan met als uitkomst dat de kwartjes het feestje moeten betalen. Wat wij kunnen leren van Israël, Noorwegen en Singapore, die dictatoriale stadstaat waar ze weten wat ze willen (en wat ze niet willen, dus kleinzerig doen als je een grammetje de grens over smokkelt - flauw!) O ja, ook nog een ontboezeming in de kattenbakvuller van vandaag: 'Als journalist van een grootgeldblad heb ik jarenlang meegedaan aan het voeden en uitventen van financieel voyeurisme en exhibitionisme. Helaas kom ik tot de conclusie dat openheid niet werkt. Een zomerse mijmering over het nut van dictatuur. ( Stem hier mee op het forum van NRC H over de vraag: moet de Balkenende norm afgeschaft worden?)
if (typeof(et_ord)=='undefined') et_ord=Math.floor(Math.random()*10000000000000000); if (typeof(et_tile)=='undefined') et_tile=1; document.write(' Je ziet ze vrijwel dagelijks opduiken in de media: enquêtes waaruit moet blijken wat de bevolking vindt. Omdat de kalkoen kennelijk mag meekakelen over het kerstdiner, krijgen we een onthutsend inkijkje in het boosaardige brein van de Hollander. Zo vernemen we van TNS Nipo dat maar liefst ‘91% van de Nederlanders vindt’ dat de topinkomens beperkt moeten worden en vonnist volgens 21Minuten.nl maar liefst 79% dat de crisis betaald moet worden door de rijken. Pure symboolpolitiek die de schatkist vermoedelijk meer geld gaat kosten dan opleveren, maar columnist Johan Schaberg capituleerde alvast in deze krant. Hij stelde voor het toch al forse toptarief in de inkomstenbelasting preventief te verhogen van 52 naar 60 procent. ‘Belastingverhoging’, schreef Schaberg apocalytisch, ‘is goedkoper dan een revolutie’.
Als ieder volk de regering krijgt die het verdient, doe mij voor dit Nederland dan maar een dictator. Waar zijn ze gebleven, de bestuurders die niet buigen voor populisme maar gewoon hun gezag laten gelden? De naar kiezersgunst hunkerende carrière-politici van vandaag spellen de voxpop, vooruitvluchtend voor de woedende hordes van de SP en PVV. Zo kon het gebeuren dat het rood-gereformeerde kabinet de woonbelasting voor huizen boven het miljoen verhoogt van 0,55% over de toch al met een natte vinger bepaalde WOZ-waarde naar 2,35%. Ach, hoor ik de critici al smalen: het zijn maar procentjes. En moeten we die vijfentwintigduizend villabewoners nu zielig vinden omdat ze een paar duizend euro extra belasting mogen bloeden? A propos, hadden die rijke graaiers de recessie niet veroorzaakt?
Kan zijn. Maar wie betaalt de recessie eigenlijk? Niet de loonslaaf. Die leeft misschien niet in de wereld van Peter Stuyvesant maar wel in die van Agnes Jongerius. Minstens zo surrealistisch met, zelfs in tijden van keiharde krimp, stijgende cao-lonen, een verzekerd pensioentje rond je zestigste en maagdelijke agenda’s vol verlofdagen - van gewone vakantie tot atv en papadagen. Leve de welvaart, leve de loonslaaf die nog steeds in die leugens gelooft, en zich nu aan de costa’s maar over één ding zijn blonde hoofd breekt: veel water drinken en goed insmeren tegen de zon!
De rijken betalen de recessie. Terecht, als het gaat om hun verdampte aandelenportefeuilles. Dat hoort bij het spelletje en ze profiteerden ook volop van de plussen. Wel wrang blijft het dat de belastinginspecteur in zo’n rampjaar een aanslag durft te sturen wegens ‘4% fictief rendement’. Belasting betalen over vermogen dat aantoonbaar verdwenen is; die logica bestaat alleen in een ambtenarenstaat.
MILJONAIRS ZIJN NET MENSEN
De villatax en andere plaagstootjes om de SP te laten zien dat de PvDA de zakkenvullers heus aanpakt, is symptomatisch voor de hetze die gevoerd wordt tegen de financiële elite. Of het nu gaat om de leasebak van de zaak, de aftrek van hypotheekrente, het parkeren van ‘dikke auto’s’ aan de gracht of het belasten van bonussen; de hatelijke toon tegen types die het materieel beter voor elkaar hebben krijgt het karakter van een inquisitie tegen álles wat succesvol is. Dat is dom. Je kunt je rijken beter pamperen dan pesten. Multimiljonairs en multinationals stemmen met hun voeten: maak je ze het lastig dan vertrekken ze. Linkse politici kunnen die kapitaalvlucht flauw vinden, maar miljonairs zijn net mensen. Sterker, zo groot is het verschil tussen die immer boze SP’ers en de rijken niet. SP’ers, blijkt uit onderzoek, zijn uiterst speculatieve beleggers. Alleen verliezen ze het spelletje, en proberen vervolgens - boos! - hun gelijk via de politiek te halen.
Vermogen is fluïde. Vandaag Wassenaar, morgen Monaco. En de bedrijven gaan erachteraan. Elsevier en Unilever zijn al weg, Philips twijfelt en het is een kwestie van twee niet Nederlandse topmannen voor ook Shell als PLC doet wat alle PLC’s doen: niet hoofdkwartieren in het bedaagde Den Haag maar in het bruisende Londen. Een chauvinist als Sarkozy zou zo’n uitverkoop nooit toestaan, maar sinds het ABN Amro-debâcle weten we dat onze man uit Capelle a/d IJssel onbereikbaar is voor het bedrijfsleven. Veel te druk met Bavaria City Racing.
STOP MET ZEIKEN OVER ANDERMANS CENTEN
Begrijp mij niet verkeerd: we hoeven niet op de knieën voor de rijken. Laten we vooral op de kleintjes letten, the pounds wil look after themselves. Nederland is een keurig aangeharkt land en in veel opzichten ‘af’. Maar nog nooit was de polder zo vlak en de onwil om het belang te zien van een elite zo groot. Sterker: de elite cijfert zichzelf weg met een aan zelfhaat grenzende verbetenheid. Excuseer voor de vuile taal, maar kan dat gezeik over andermans centen nu eens stoppen?
Prima om de bankiers te grijpen die, nadat de belastingbetaler hun blunders betaald heeft, toch bonussen blijven uitkeren en hun eigen pensioenpot afstorten met uw miljardje belastinggeld. Bizar. Ook de overbetaalde huisbazen, stroomboeren en andere mismanagers bij halfslachtig geprivatiseerde overheidsinstellingen mogen hun Maserati’s inleveren. Maar excessen daargelaten, niet iedereen met een hoger inkomen is verdacht en verdient een publiek schavot. Sterker: toptalent moet je koesteren, en mag dus veel verdienen. Alle demagogie over de zakkenvullers ten spijt, Nederland staat nog steeds in de top van meest genivelleerde landen ter wereld. Politici proberen de inkomensverdeling te beheersen met nog meer regels en ‘normen’. Beschaving dwing je niet af met normen maar met waarden. Dat vergt opvoeding en zelfbeheersing van een zelfbewuste elite, niet de terreur van de ‘Balkenende-norm’. De toon van het inkomensdebat krijgt trekjes van China’s culturele revolutie: wie geen genoegen neemt met een rijtjeshuis, een plakpak en boodschappen van de Euroshopper wordt als revisionistische zakkenvuller gepasseerd voor de publieke zaak. Misschien betekent selectie naar schaarste wel dat mensen die écht een verschil maken - van verpleegsters en vuilnismannen tot veldwachters en wetenschappers - meer mogen verdienen dan al die druk vergaderende types die zich hun bazen noemen. De Balkenende-norm eist altruïsme van toptalent. Daarvan wordt uiteindelijk iedereen, burgers en bedrijven, slachtoffer. De Balkenende-norm is een pleidooi voor grauwe middelmaat. Willen we dat?
OPENHEID WERKT NIET, HELAAS
Als journalist van een groot geldblad heb ik vreugdevol meegewerkt aan het voeden en uitventen van financieel voyeurisme en exhibitionisme. Gewoon, omdat ik vond dat kapitalisme een spelletje is dat je op klaarlichte dag hoort te spelen. Inmiddels kom ik tot de conclusie dat transparantie niet werkt. Het wekt alleen maar meer hebzucht en afgunst. Er valt met het voetvolk niet te praten over de wedde van de top. Ik blijf voor openheid maar ben een illusie armer dat het rust geeft Integendeel.
Hoge inkomens zijn vaak lastig uit te leggen. Pech gehad, want jaloezie is here to stay. Vroeger schoof een côterie van corpsballen elkaar de vette kluiven toe. Dat soort vriendjespolitiek is zo old school. Moderne bedrijven zijn competitiever, die komen er niet met middelmaat. Goeie krachten kosten geld, en topmannen die niet functioneren vliegen eruit.
DE MEDIA BERICHTEN MALICIEUS - WHY?
De gretigheid waarmee de media berichten over ‘het gegraai aan de top’ is opvallend. En soms verdenk je die matig betaalde verslaggevers wel eens van malicieuze motieven. Zelfs in deze nette burgermanskrant struikel je over commentatoren en columnisten die de navelstarige geboden van de principepolitie omhelzen. Gij zult niet meer verdienen dan de (zwaar onderbetaalde) minister-president. Eh... hoezo?
Boosaardig dieptepunt was een artikelreeks over de salarissen van tv-presentatoren. Die zijn hoog, inderdaad. En laten we vooral een boom op zetten over het mysterieuze verschijnsel der publieke televisie. Maar een verhaal waarin gemakshalve alle omzet van zelfstandige ‘sterren’ als Paul de Leeuw, Paul Witteman en Rick Felderhof als inkomen uit belastinggeld wordt gezien is bewust suggestief. Of confisqueren we De Leeuws film- en theaterbedrijf en Wittemans boekjesschrijverij als staatsbezit?
En dan nog. Waarom zou aantoonbaar supertalent niet betaald mogen worden? De publieke afstraffing voor een mislukte tv-carrière is meedogenloos - Jack Spijkerman r.i.p. - maar daar staat doorgaans geen 72 maanden ‘wachtgeld’ tegenover, zoals bij onze politici. En als Matthijs van Nieuwkerk an offer he can’t refuse krijgt voor een late night show bij RTL, zal dat de publieke tv meer miljoenen kosten dan de 'Zendtijd voor politieke partijen' kijkers weet weg te jagen. Als je wilt zeuren over zvan Nieuwkerks centen, maak dat sommetje dan ook even. Bovendien: als we rechtlijnig zijn over salarissen die (in)direct door de belastingbetaler worden opgehoest, mogen via publieke tv populair gemaakte cabaretiers en voetballers, maar ook aannemers van openbare werken, directeuren van consultancy-clubs en alle andere tienduizenden leveranciers aan de staat dan ook niet meer dan onze premier verdienen?
OVERAL CAMERA'S, NERGENS EEN GROOTHOEKLENS
Waarom gaat het debat in dit land altijd over incidenten en nooit over de grote lijn? Dit laagland wemelt van de camera's en controleurs, maar wie kijkt er nog door een groothoeklens? Vooral de parlementaire pers excelleert in oppervlakkig stratego met de politieke poppetjes, alsof burgers daar iets aan hebben. Iedereen windt zich op over minister Bos, die zijn verloren zonnebril van 113 euro declareert. De herwonnen trots tijdens de kredietcrisis, toen Bos kordaat en in goed getroffen taal ingreep met onze belaastingcenten, werd beloond met de titel 'politicus van het jaar'. De markt had gefaald, maar dat betekent niet dat de alleswetende en -willende staat nu slaagt. Noch in de media noch in het parlement werd heftig gepraat over waar het wérkelijk om gaat: een lichtzinnige verhoging van de staatsschuld met 87 miljard euro. Er is 443 miljard Europees gemeenschapsgeld gepompt in banken die
failliet had moeten gaan, niet willen leren van hun fouten en weigeren te doen waar ze voor zijn: geld uitlenen. Zullen we het dáár even over hebben? Grote bedrijven huren Eelco Brinkman of een andere old boy in om een dealtje voor zichzelf te fixen. Maar de winkelier op de hoek heeft het mobiele nummer van Bos, Donner of Van der Hoeven niet en hangt moegestreden het bordje ‘Opheffingsuitverkoop’ op de gevel. Over De Nederlandsche Bank lezen we dat het personeel voortaan met de trein in plaats van het vliegtuig moet, maar dat de hautaine centrale bankiers al jaren ingedommeld liggen in een slaapcoupé interesseert schijnbaar niemand. Nee, het gaat over de kroonprins, en of die ondanks zijn ongetwijfeld diepgaande kennis van de financiële wereld wel adviseur van De Bank mag zijn.
De bittere realiteit na 25 jaar hoogconjunctuur is dat Nederland een decadent, volgevreten en matig bestuurd land is. De collectieve sector groeit als een veelkoppig monster en beslaat binnenkort meer dan de helft van de economie. Het kabinet belooft ambtenaren te ontslaan, maar de bureaucraten en consultants marcheren lachend door de achterdeur naar binnen. We zijn subsidieverslaafd, werken gemiddeld honderden uren per jaar minder dan groeieconomieën en schuiven bij voorkeur voor vijven de file in. En o ja, we zijn boos. Heel erg boos. Vooral op de baas en de buurman, die aso’s verdienen immers meer. Kan een land dat trots is op het feit dat de helft van alle baantjes parttime is, fulltime welvarend blijven? Nee natuurlijk. De FNV zal het niet zeggen, die beschermen alleen de verworven rechten 50+ loonslaven. Maar voor het eerst in de geschiedenis groeit een generatie op die armer zal zijn dan hun ouders. Dat is voor onze economie en onze bestuurders een wanprestatie van formaat.
DUS: DOE MIJ EEN MERITOCRATIE
Kan het anders? Ja. Nederland is toe aan een meritocratie waarin alleen de besten voor de publieke zaak mogen werken. En ja, dat moet dan maar wat kosten. Wat hebben we aan al die bange politici die ieder ‘moeilijk dossier’ doorschuiven naar de volgende generatie? Daadkrachtige bestuurders bepalen het verschil tussen nu en straks. Of zoals de moegestreden architecten van het Rijksmuseum in deze krant lieten noteren: ‘In dit land zegt nooit iemand ja of nee’.
De vraag is niet of talent iets mag kosten, maar vooral wat goeie mensen een land opleveren. Ik heb liever een ambtenaar die een miljoen verdient en een miljard bespaart, dan eentje die een ton krijgt maar niet kan voorkomen dat allerlei incompetente managers die ‘de processen sturen’ miljarden door hun vingers laten glippen. Wat had het de belastingbetaler gescheeld als er bij onze financiële politie geen onderbetaalde kneuzen hadden gewerkt maar de rocket scientists die de derivaten in elkaar knutselden? De bonusjagers van Goldman Sachs en JP Morgan worden terecht bekritiseerd, maar ze waren slim genoeg om het hele systeem te foppen en hun rommel te slijten aan b-garnituur bankiers van AIG en ING. Dieven vang je met dieven. Meneer Bos, kunt u deze krijtstreepknapen onmiddellijk inhuren?
Er zijn economieën die het wel begrepen hebben. Israël bouwde, ironisch genoeg dankzij de oorlog met de Arabieren, aan een technologische industrie. Waar ‘Koeweit aan de Noordzee’ een aardgasbel van tweehonderd miljard verspilde en desalniettemin 350 miljard euro staatsschuld over de heg naar de kinderen smijt, gebruikt Noorwegen slechts 4% van het oliegeld aan ‘leuke dingen voor linkse mensen’. De rest gaat in de reserves, voor later, als het eens tegenzit.
Een land als Singapore maakte in de jaren zestig de keuze om zichzelf uit het moeras te bevrijden en het Zwitserland van Azië te worden. Daarvoor hadden ze een gedecideerde strategie nodig en een superieur ambtenarencorps dat zeventig procent mag verdienen van hun soortgenoten in de marktsector. Ministers en topambtenaren verdienen er dús meer dan een miljoen, maar blijven loyaal aan de publieke zaak en zijn niet corrupt. Uit iedere vergelijking komt Singapore als een van de best bestuurde landen. Waar onze ‘leiders’ jammeren over economische krimp en kreunen over de onbespreekbaarheid van de pensioenleeftijd en het ontslagrecht, noteerde de stadstaat al weer double digits groei in het tweede kwartaal. Dat is geen geluk, maar beleid. Ligt in Singapore de straat open, dan werken bouwvakkers 24/7 om de zaak af te krijgen. Vergelijk dat even met Nederland, waar de noeste werkers om half 4 weer in het busje stappen en een hele generatie schoolkinderen de musea van de hoofdstad niet kan bezoeken omdat ze niet kunnen, mogen of willen doormetselen. Jaja, ik weet het, Singapore is een semi-dictatuur, en ze doen er heel flauw als je kauwgum op straat spuugt of drugs binnensmokkelt. Maar als we het dan toch over democratie hebben: wie is hier eigenlijk de baas? Balkenende of Brinkman? U, het middenveld of niemand?
NIET BALK MAAR BEA
Het meest verontrustende na tien maanden crisis is nog wel de zelfgenoegzaamheid van de boven ons gestelden. We doen het beter dan België en Bulgarije, logisch, maar betogen over het zo succesvolle ‘Rijn-Delta’-model bewijzen dat Den Haag geen enkele urgentie voelt. Azië en Amerika zullen aanstonds hoge groeicijfers scoren, waar het oude bedaagde Europa voortmoddert met promillen van procenten in de plus of de min. Zouden beter betaalde bestuurders en zelfverzekerde politici het lot van dit land kunnen verbeteren? Zou stoppen met zeuren over hoge inkomens de brain drain van talent beperken? Ik denk het wel. Laten we ons vastklampen aan de wijze woorden van Het Gezicht van de Vereniging Arbeiders Radio Amateurs. ‘Ik ben niet voor de Balkenende-norm’, sprak Paul de Leeuw plagerig, ‘maar de Beatrixnorm’. Goed zo Paul. Da’s twee miljoen, netto. En morgen gezond weer op!

schopt u maar |  15 schoppen

Het CDA floreert als machtspartij

De representatieve democratie verkeert in een crisis, maar met het CDA komen we er zeker niet uit, zegt Hans Engels (hoogleraar staatsrecht en senator voor D66).
De uitkomsten van het proces van parlementaire zelfreflectie zijn van een treurige voorspelbaarheid. Het rapport Vertrouwen en zelfvertrouwen bevat op zichzelf mooie en scherpe analyses. Met name hoogleraar parlementologie Joop van den Berg houdt onze volksvertegenwoordigers – opnieuw - een onbeslagen spiegel voor. De aanbevelingen zijn braaf (betere introductieprogramma’s, meer ondersteuning en minder spoeddebatten, moties en vragen), maar gaan aan het kernprobleem voorbij. Dat gaat dus niet werken.
Ten eerste zoeken de zich als tegenpartijen manifesterende kamerfracties (met name SP en PVV) nu juist hun kracht in de confrontatie in de Kamer. Zij zijn gebaat bij een gepolitiseerde cultuur en willen zich uitsluitend iets gelegen laten liggen aan hun eigen aanhang. Aan hen zijn de goede voornemens in ieder geval niet besteed. Het hiermee samenhangende provocatieve en soms destructieve gedrag doet niet zelden pijn aan oog en oor, maar legt tegelijkertijd bloot dat het fundamentele probleem van onze parlementaire democratie wordt genegeerd. Dat probleem is de verstikkende cultuur van de partijendemocratie, die de oproep aan de oppositie om terughoudend te zijn met de inzet van parlementaire rechten paradoxaal, zo niet hypocriet maakt. Dit is de tweede en belangrijkste reden waarom de zelfreflectie is mislukt.
In de afgelopen jaren is in alle toonaarden door vele gezaghebbende organen en auteurs grote bezorgdheid geuit over de effecten van ons tot een partijendemocratie verworden representatieve stelsel. De analyses van bijvoorbeeld de Raad van State, de Nationale Ombudsman, de WRR en van de Nationale Conventie bewegen zich alle in dezelfde richting.
De gemeenschappelijke component is de partijpolitieke kolonisatie van de vertegenwoordigende kiezersdemocratie. In de daaruit gegroeide monistische cultuur zijn wetgevende en uitvoerende macht sterk met elkaar vervlochten geraakt. Binnen de eendimensionale samenval van kabinet en regeringsfracties worden de afwegingen in de politieke besluitvorming dan ook vooral gedomineerd door belangen van partijpolitieke opportuniteit. Deze meeregerende rol van de coalitiefracties holt de positie van de Tweede Kamer als tegenmacht vergaand uit. Het meerderheidsbeginsel verwordt aldus tot een kwantitatief instrument voor machtsverwerving en machtsbehoud en maakt van onze wetgevende organen een partijdige wetgever.
In onze democratie zijn met andere woorden niet de kiezers, maar de politieke partijen de feitelijke dragers van de staat en het parlementaire stelsel. Die ontwikkeling is gestart met de Grondwetsherziening van 1917 toen de evenredige vertegenwoordiging werd ingevoerd en werkte goed in het bevoogdende tijdperk van de verzuilde samenleving. Rond 1966 is dit regenteske systeem gaan wringen. Maar omdat onze polderconstitutie nogal vriendelijk is voor de gevestigde macht, heeft de politieke elite weinig moeite de politiek-bestuurlijke status quo in stand te houden.
De motie van Kamerlid Schinkelshoek (CDA) heeft in mijn ogen dan ook nimmer de bedoeling gehad dit vraagstuk aan de orde te stellen. Dat zou immers bedreigend zijn geweest voor het bestaande stelsel, waarin het CDA als ultieme machtspartij floreert. Niet voor niets staat het CDA pal in het tegenhouden van elke mogelijke hervorming van ons politieke en bestuurlijke stelsel. Elk voorstel voor meer invloed van burgers of rechterlijke toetsing wordt, zo nodig met eenderde minderheid in de Eerste Kamer, getorpedeerd. In verhullend taakgebruik horen wij dan keer op keer het argument dat dit alles inbreuk maakt op onze zo prachtige representatieve democratie (lees: de CDA-vriendelijke partijendemocratie).
Wij herkennen dit politieke machtsspel in vele belangrijke dossiers: het tegengehouden tweede referendum voor de Europese Grondwet, het geven van een andere portefeuille aan door een motie van wantrouwen getroffen minister, het verzet tegen rechterlijke toetsing van wetten en het tegenhouden van een parlementaire enquete naar Irak. Op dit moment maken wij de beschamende vertoning mee van een crisisplan, dat buiten ministerraad en parlement om wordt voorgekookt en afgeregeld.
Dat regeerakkoorden het politieke debat verplaatsen naar andere fora dan de nationale vergaderplaats is een moeilijk op te lossen probleem. Maar zonder ingrijpende institutionele hervormingen is er geen hoop op verandering. Wie daarvoor wegloopt, moet niet vreemd opkijken als het niet blijft bij naar tegenpartijen weglopende of thuisblijvende kiezers en daarmee politieke instabiliteit en verlies van maatschappelijk vertrouwen in de representatieve instellingen.
Hans Engels is hoogleraar staatsrecht in Leiden (Thorbeckeleerstoel) en in Groningen. Hij is tevens lid van de Eerste Kamer voor D66.

Er zijn al te veel meritocraten

Gepubliceerd: 11 augustus 2009 13:37 | Gewijzigd: 11 augustus 2009 15:41

Ik denk niet dat een mens alléén te prikkelen is met geld, en ik geloof evenmin dat Kelder dat wenst.

Door Rob Wijnberg

Jort Kelder schrijft dat „Nederland een decadent, volgevreten en matig bestuurd land is”, dat gebukt gaat onder de „terreur van de Balkenendenorm” (Opiniepagina, 8 augustus). Het resultaat: een ondermaats presterende economie en een publieke sector met tweederangs managers die, anders dan hun talentvolle alter ego’s in het bedrijfsleven, genoegen nemen met een schamel ministerssalaris of minder. Volgens Kelder is dat de wereld op zijn kop. Want, zo zegt hij: „Ik heb liever een ambtenaar die een miljoen verdient en een miljard bespaart, dan eentje die een ton krijgt, maar niet kan voorkomen dat allerlei incompetente managers [] miljarden door hun vingers laten glippen.”
De paradox in Kelders pleidooi is dat hij enerzijds jan met de pet aanbeveelt te berusten in economische ongelijkheid (‘houd eens op met zeuren over topinkomens’), terwijl hij anderzijds diezelfde economische ongelijkheid bejubelt als dé drijfveer voor mensen om te presteren (‘goede krachten kosten geld’). Dat is vissen in twee vijvers. Een meritocratische samenleving gaat per definitie gepaard met afgunst onder de minder bedeelden, zij hebben immers het talent niet om ‘mee te komen’. Zoals een nivellerend socialisme ook automatisch gepaard gaat met een verlies van prikkels om het beter te doen dan de rest.
Dat het qua talent en ambitie armoedig gesteld is met de publieke sector, zoals Kelder constateert, komt dan ook niet omdat te weinig mensen denken zoals hij, maar juist omdat heel veel mensen denken zoals hij.
Hoe kan anders die braindrain verklaard worden die hij zo vreest? Dat beloningen in de publieke sector minder riant zijn dan in het commerciële bedrijf is maar deels het antwoord: het andere deel is dat de meest getalenteerde mensen blijkbaar liever meer verdienen bij Shell of Philips dan zich voor minder salaris in te zetten voor de publieke zaak. Zij zijn, kortom, typische meritocraten.
Dat mensen meer motivatie putten uit hun eigenbelang dan uit het publieke welzijn is wellicht inherent aan het kapitalisme, maar ik kan mij niet voorstellen dat Kelder die houding daarom toejuicht. Ik denk niet dat een mens alléén te prikkelen is met geld, en ik geloof evenmin dat Kelder dat mensbeeld wil propageren. Dus, om het eens op de man af te vragen: Jort, hoeveel heeft NRC Handelsblad voor jouw essay betaald en hoe doorslaggevend was dat honorarium voor het schrijven ervan? Ik vermoed, en hoop, dat het van minder belang was dan jouw pleidooi suggereert.
Rob Wijnberg is columnist van nrc.next.
Discussieer mee op nrc.nl/expert
Frank Ankersmit, hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, constateert dat Kelder geen onderscheid maakt tussen privaat en publiek. De Balkenendenorm is, zo legt Ankersmit vandaag op de opiniepagina uit, ingesteld voor de overheid. “Ingegeven door de volstrekt plausibele gedachte dat het idioot is wanneer de baas van de overheid minder zou verdienen dan hordes van zijn ondergeschikten.” De hoogleraar merkt tevens op dat Kelder niet helemaal tegen bemoeienis met bankiers is. De journalist en tv-presentator vindt het namelijk prima bankiers “te grijpen” als zij bonussen blijven uitkeren ondanks staatssteun.
Ankersmit gaat nog een stuk verder. Banken, zo benadrukt hij, bleken in staat tekorten op te bouwen van vijf- tot zevenmaal het bruto nationaal product van de landen waarin zij gevestigd zijn. “De incompetentie van bankiers kan een natie aan de bedelstaf brengen”, aldus de professor. En daarom, zo stelt hij, moeten we banken behandelen als instanties die een publiek belang dienen en dus aan publieke controle onderworpen moeten worden. Trekken we deze gedachte door, dan is bemoeienis met het salaris van bankiers ook niet zo’n gek idee.

Nee Jort, het volk mág zelfs niet zwijgen

De scheiding tussen het publieke en private domein vervaagt steeds meer

Gepubliceerd: 11 augustus 2009 13:37 | Gewijzigd: 12 augustus 2009 12:27

Doen en laten van banken heeft zich getransformeerd tot een publiek belang en dat vereist een scherpe publieke controle.

Door Frank Ankersmit

Mooi rijk is niet lelijk. Die boodschap draagt Jort Kelder gaarne uit. En wie zou het met hem oneens zijn? Wanneer iemand een bedrijf als Microsoft of Google weet op te zetten en dan honderd miljard op zijn bankrekening heeft staan, dan moeten we hem dat gunnen. Zolang hij zijn belastingen maar netjes betaalt. Maar volgens Kelder zijn Nederlanders zo genereus niet en misgunnen zij de rijken hun rijkdom (Opiniepagina, 8 augustus). Dat neemt hij ze kwalijk en hij ziet daarin de kwalijke erfenis van de nivelleringsdrift van Den Uyl en diens uilskuikens van dertig jaar geleden.
Toch is ook Kelder soms best voor nivellering: „Prima om de bankiers te grijpen die, nadat de belastingbetaler hun blunders betaald heeft, toch bonussen blijven uitkeren en de eigen pensioenpot aanvullen met 1 miljard.” Je hebt dus rijken en rijken. Kelder zou daarom eens moeten uitleggen waarom je falende bankiers wél zou moeten aanpakken, terwijl nog nooit iemand op het idee kwam om de Staat het recht te geven om falende bestuurders van Philips of AKZO voor straf een deel van hun hun salaris af te pakken. En terecht. Waarom dan wel die bankdirecteuren?
Er mist blijkbaar iets in Kelders redenatie. Let op wat hij over de Balkenendenorm zegt. Nederlanders zouden die Balkenendenorm, zegt hij, wel mooi genoeg vinden en daarmee niet inzien dat je voor toptalent nu eenmaal moet betalen. Maar hij vergeet dat de Balkenendenorm geldt voor de overheid en níet voor het bedrijfsleven. Voorts werd die norm ingegeven door de volstrekt plausibele gedachte dat het idioot is wanneer de baas van de overheid minder zou verdienen dan hordes van zijn ondergeschikten. Desnoods moet die baas dan maar een boel meer verdienen. Bij alle discussie over terechte en onterechte salariëring moet je wel in de gaten houden of je het over de overheid of het bedrijfsleven hebt.
Wanneer Kelder een ingrijpen bepleit in de salariëring van de bankiers, dan behandelt hij ze dus eigenlijk alsof ze tot de overheid behoren. Op dit punt aangeland kun je twee kanten uit. Je kunt zeggen dat Kelder zich even vergiste en publieke en private sector door elkaar haalde. Maar dat mag niet, en daarom zullen we, zij het tandenknarsend, moeten berusten in die zelfverrijking van de bankiers.
De andere mogelijkheid is te erkennen dat Kelder groot gelijk heeft, dat die zelfverrijking om talloze redenen een grof schandaal is en de Staat hier dus een mooie taak heeft, al of niet in nauwe samenwerking met de EU-partners. Wat bovendien het aardige bijeffect heeft dat de burger dan zal inzien dat die altijd zo mistige en hulpeloze EU soms wel ergens goed voor kan zijn.
Ik denk dat iedere weldenkende burger voor de tweede optie kiezen zal. Het is na 2008 duidelijk dat je de banken voortaan niet uitsluitend tot de private sector kunt rekenen. Zij bleken in staat om tekorten op te bouwen van vijf- tot zevenmaal het bruto nationaal product van de landen waarin zij gevestigd zijn, waardoor zij die landen door mismanagement, arrogantie en zelfoverschatting op de rand van een faillissement kunnen brengen, met alle fatale gevolgen van dien. De incompetentie van bankiers kan een natie aan de bedelstaf brengen.
Het is alsof keurige taxibedrijven, tot voor kort alleen bezig met het volstrekt onschuldige vervoer van bejaarden van en naar hun tehuizen, zich ineens met tanks en pantserwagens op onze wegen zouden gaan begeven, ondertussen her en der onschuldige autobussen, motorfietsen en personenauto’s, inclusief inzittenden, onder hun enorme gewicht verpletterend. Want daar komt de metamorfose van het bancaire systeem in de laatste tien tot twintig jaar zo ongeveer op neer. Iedereen zou uitroepen dat hier een ontoelaatbare misstand ontstond en dat het hoog tijd is dat de overheid hier iets aan doet.
Doen en laten van banken transformeerde zich van een slechts privaat tot een publiek belang. En dat doen en laten vereist daarmee ook een even scherpe als permanente publieke controle. Bankieren en het verzinnen van financiële producten kan en mag men niet meer overlaten aan de luimen van bankiers alleen. De paradox is dat juist het uitzonderlijke succes van de banken om heel de private sector zozeer te domineren hen transformeerde tot de (nieuwe) bewoners van de publieke sector. De banken hebben een voormalig privaat terrein gepolitiseerd. Dus moeten zij vanzelfsprekend ook onderworpen zijn aan publieke, dat wil zeggen politieke controle zoals in Amerika. Want de basisformule van iedere goede Staat, zelfs van de niet-democratische Staat, is dat publieke belangen beheerd moeten worden door publieke bevoegdheden waarover publieke verantwoording wordt afgelegd. Wie hiervan afwijkt geeft Staat en samenleving in handen van private belangen en levert die daarmee uit aan willekeur en eigenbelang.
Frank Ankersmit is hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Lees hier het artikel van Jort Kelder.